Bij elk schrijfevenement is het weer afwachten wat voor verhalen er naar boven zullen komen bij de deelnemers. Elke keer opnieuw ben ik verrast hoe mensen in zo’n korte tijd een mooi verhaal kunnen neerzetten. Het een persoonlijk, het ander absurd. Soms met een lach en soms zelfs met een traan. Of het nou mensen zijn die voor het eerst schrijven of die al heel wat boekjes hebben volgeschreven, het blijft magisch wat fantasie soms naar boven brengt. Om te laten zien wat voor verhalen er zoal ontstaan vind je vanaf nu verhalen van deelnemers terug op deze website. Hieronder de eerste van hopelijk een nieuwe reeks!

Schrijfopdracht

Schrijf een kort verhaal vanuit het perspectief van een familie watervogels.

Het verhaal

Auteur: Helene Hagg

Ik zit hier op een prachtig plat nest. Een nest dat ik samen met mijn partner heb gebouwd. Het bestaat uit bladeren van waterplanten en vooral uit allerlei takken uit de omgeving. We hebben vier dagen lang de oevers van dit water afgezocht naar een goede plek. Want als je vier weken op je eieren moet broeden en tegelijk voor veiligheid zorgen, dan is een goede planning nodig.

De juiste plek vinden dat is de uitdaging. We kwamen een treurwilg tegen met overhangende takken boven en in het water. Ideale huisvesting voor ons. Het nest ligt op een stevige bodem en ligt twee meter van de oever. Er vallen genoeg zonnestralen doorheen en ze houden ook aardig wat regen tegen. Een comfortabele woning.

We hebben ons best gedaan, mijn partner en ik. Vier eieren liggen in het nest. Wij broeden om en om. Tijd om op vissen te jagen en tijd om te zitten. De eieren warm houden en regelmatig draaien.

Gisteren zijn er twee eieren opengebroken. Ik hou ze lekker warm. Ze laten regelmatig van zich horen. Afwisselend vangen we vis. Ze moeten wel erg klein zijn anders kunnen ze deze niet doorslikken. Ze moeten op het nest blijven. Vandaag worden hopelijk ook de andere twee fuutjes geboren.

Ah, de jongen wriemelen onder mij vandaan en schreeuwen. Daar komt mijn partner aan met voedsel. Ze sperren hun snavels wijd open. Het valt niet mee hoor, die visjes in die snavels te krijgen. De kop van een vis moet eerst naar binnen, dan volgt de rest vanzelf. Zie dat maar eens onder de knie te krijgen, terwijl ze zelf nog niet weten hoe het moet.

Gelukkig zijn we geduldig en hebben we de tijd. Hij zwemt weer weg en de koppies verdwijnen tussen mijn veren. Het is opnieuw stil om te mijmeren.

Dit is niet mijn eerste moederschap. Vorig jaar, met een andere partner, hebben we alles geleerd wat er bij komt kijken om je jongen groot te brengen. Twee jongen zagen we uiteindelijk de wijde wereld in trekken.

Ik verheug me erop het nest te verlaten, alle jongen op mijn rug. Er op uit. Voorlopig dragen we hen mee, want hun verenkleed is nog niet voldoende waterdicht. En je houdt ze mooi bij elkaar. Dat is wel zo veilig. Het is wat meer gewicht, maar o zo leuk. We moeten elkaar wel in het oog houden als de een aan het vissen is. Je kan elkaar kwijtraken hoor! Gelukkig kunnen we elkaar ook roepen. Als de jongen wat groter zijn en op zichzelf rondzwemmen, maken zij voldoende geluid om elkaar te blijven vinden.

Volgens mij voel en hoor ik een ei breken. Het mijmeren is over.

 

Zintrige nieuwsbrief

Meld je aan en ontvang elke maand alle nieuwe schrijfevenementen in je mailbox.

You have Successfully Subscribed!